Themabijeenkomst Zorgrobotica: meer autonomie voor patiënt en meer tijd voor zorgverlener

Kunnen we het toekomstige personeelstekort oplossen met zorgrobotica? Is personeelstekort wel de juiste motivatie om zorgrobotica te ontwikkelen, of zijn er ook goede inhoudelijke therapeutische redenen voor? Wat bestaat allemaal al? En wat zijn de ervaringen van de gebruikers en bedrijven die zorgrobotica ontwikkelden? De Kennisalliantie besteedde er onlangs een bijeenkomst aan, die ze in samenwerking met Syntens organiseerden. ‘De warmte in de zorg moet blijven, en zorgrobotica kan daar bij helpen.’

Mensen die niet zelf meer kunnen eten kunnen geholpen worden door een eetrobot. Het in Japan ontwikkelde My Spoon is een voorbeeld van zo’n robot, net als de Nederlandse Mealtime Partner. Zij vervangen de functie van de armen bij het eten. Geavanceerdere technologie, zoals mensen met behulp van robotarmen uit bed halen, is in ontwikkeling. Mensen die dement zijn krijgen soms een Paro aangereikt. Een Paro is een robotzeehond, die zich als een huisdier gedraagt. Het dier heeft allerlei ingebouwde sensoren, waarmee het interacteert metmensen door het maken van geluidjes en het knipperen met de ogen.

Niet alleen praktisch nut, ook sociaal

‘De Mealtime Partner en de Paro zijn goede voorbeelden die laten zien dat de betekenis van robotica in de zorg verder kan gaan dan alleen een mens vervangen,’ zegt Simone Vermeulen, initiatiefnemer vanuit Syntens. ‘Terwijl verplegend personeel eten in de monden van mensen moet doen die dat zelf niet meer kunnen, kan een Mealitime Partner de autonomie van deze patiënten herstellen. Ze bepalen weer zelf wat ze eten en hoe lang ze erover doen. Een Paro is een heel ander voorbeeld. Het knuffelbeest blijkt de stemming bij bepaalde patiënten flink te kunnen verbeteren. Ze worden vertederd, praten met het dier en sjouwen ermee rond.’  De zorgverleners krijgen hierdoor makkelijker contact met de patient wat de zorg bespoedigd en minder stress oplevert.

Daardoor kosten besparen

Het is Luc de Witte, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht en lector Technologie in de Zorg aan de Hogeschool Zuyd, die aangeeft dat we niet alleen naar directe kosten en opbrengsten moeten kijken. ‘Aan de inzet van zorgrobotica is vaak een grotere winst te boeken dan op het eerste gezicht zichtbaar is. Mensen voelen zich beter als hun autonomie weer toeneemt, bijvoorbeeld door een Mealtime Partner. Daardoor besparen naast benodigde capaciteit we ook medische kosten, zoals die door ondervoeding.’

Robot brengt arts dichterbij

Over een jaar of tien heeft de zorgbehoevende oudere een robot naast zich die hem of haar in de gaten houdt. De robot is er altijd, vertelt af en toe een mopje, speelt spelletjes met de cliënt en herinnert hem of haar eraan tijdig de medicijnen in te nemen. Als de cliënt zich niet lekker voelt belt de robot het ziekenhuis, waarop zijn ogen worden overgenomen door de ogen van een arts. ‘Dit is geen toekomstfantasie, het kan nu al,’ zegt Stefano Stramiglioli, hoogleraar Advanced Robotics aan de Universiteit Twente, ‘alleen brengen we het nog niet in de praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat we naar een situatie gaan waarin artsen in ziekenhuizen via dergelijke vormen van telemonitoring veel meer mensen in de gaten houden dan ze nu kunnen.’

Belemmeringen

Toch is het nog lang geen praktijk. Tijdens de bijeenkomst, bezocht door professionals uit de zorg, geïnteresseerde bedrijven en onderzoekers, werd geprobeerd in kaart te brengen waarom en wat er eventueel moet gebeuren om dit te veranderen. Het feit dat de praktijk nog lang niet zover is hangt volgens Luc de Witte, samen met de cultuur in de zorg en met het feit dat ontwikkelaars en zorgverleners elkaar onvoldoende begrijpen. Mensen zouden, voordat ze een robot nodig hebben, al kunnen wennen aan het omgaan met dergelijke technologie. Zijn ze eenmaal vertrouwd dan is de overgang naar het benutten van een robot niet meer zo groot. Het zou bovendien helpen als de producten er minder technologisch uit zouden zien en er moet meer onderzoek komen naar precieze therapeutische effecten. Een belangrijke reden waarom de praktijk achterblijft betreft echter ook de financiering.

Kennis- en investeringsklimaat

Een ondernemer vertelde dat Nederland een uitstekend kennisklimaat heeft om goede producten te ontwikkelen, maar dat hij naar Duitsland uit moest wijken om zijn product te kunnen implementeren. De bereidheid bij financiers om risico te nemen is in Nederland, zo vertelde hij, om allerlei redenen veel minder groot dan in Duitsland.‘De bereidheid om verder te praten over dit thema is er bij zorgverleners, ontwikkelaars en ondernemers .

We denken dat het mogelijk is om met behulp van zorgrobotica de zorg tot een sector te maken waarin meer mensen willen werken en zorgbehoevenden prettiger wonen. Doordat patiënten de dingen zelf blijven doen die ze met behulp van robots kunnen, hebben zorgverleners tijd om meer persoonlijke aandacht te geven. Als we het goed doen, kun je meerdere vliegen in een klap slaan,’ aldus Tettelaar.

Robot brengt arts dichterbij

Over een jaar of tien heeft de zorgbehoevende oudere een robot naast zich die hem of haar in de gaten houdt. De robot is er altijd, vertelt af en toe een mopje, speelt spelletjes met de cliënt en herinnert hem of haar eraan tijdig de medicijnen in te nemen. Als de cliënt zich niet lekker voelt belt de robot het ziekenhuis, waarop zijn ogen worden overgenomen door de ogen van een arts. ‘Dit is geen toekomstfantasie, het kan nu al,’ zegt Stefano Stramiglioli, hoogleraar Advanced Robotics aan de Universiteit Twente, ‘alleen brengen we het nog niet in de praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat we naar een situatie gaan waarin artsen in ziekenhuizen via dergelijke vormen van telemonitoring veel meer mensen in de gaten houden dan ze nu kunnen.’
cialis

Share

About Peter